Nieuws

Recordhoeveelheid crowdfunding

Nog nooit werd er in één kwartaal zoveel geld opgehaald als in de eerste drie maanden van 2021.

In het eerste kwartaal van 2021 is in ons land een recordhoeveelheid gefinancierd via de crowd, zo blijkt uit cijfers van Crowdfundmarkt, een brancheorganisatie voor crowdfunding in Nederland.

Volgens de metingen is er 112 miljoen euro opgehaald.

De crowdfundmarkt lijkt hiermee de dip van vorig jaar, bij de start van de pandemie, te boven te zijn gekomen.

868 projecten

In totaal zijn er dit jaar 868 crowdfundingprojecten gepubliceerd door de AFM geregistreerde crowdfundingplatformen. Alleen in het eerste kwartaal van 2019 waren dit er meer: 970.


Vastgoed blijft belangrijkste sector

Vastgoed blijft de sector waar het meest in geld in omgaat. 24,21% van de totale financiering vloeide naar vastgoedprojecten.

Op enige afstand volgen:

  • energie & duurzaamheid (13,6%)
  • dienstverlening (12,8%)
  • horeca (8,9%)
  • industrie (6,6%)
  • detailhandel (6,4%)
  • groothandel (6,3%)
  • gezondheidszorg (4,7%)
  • agrarisch (4,6%)
  • recreatie (3,6%)
  • ICT (3,1%).

Explosieve groei voorspeld

Crowdfundmarkt is niet verrast door deze ontwikkeling. In de Outlook 2021 voorspelde de organisatie al dat de Nederlandse markt voor crowdfundingleningen dit jaar explosief zal groeien als gevolg een ‘post-Coronazomer’ en een open Europese markt.

Crowdfundmarkt verwacht dat de nationale crowdfundmarkt in 2021 voor het eerst richting een half miljard funding in één jaar zal gaan.


De redactie van IEXParticipaties bestaat uit verschillende journalisten. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

  1. Zo ligt de Nederlandse crowdfundingmarkt erbij
  2. Recordgroei crowdfundmarkt in eerste jaarhelft
  3. Dit zijn de verschillende investeringsfases van een start-up
  4. 'Europese wetgeving creëert ongelijk speelveld op crowdfundingmarkt'
  5. 4 vragen over niet-beursgenoteerde beleggingen