Nieuws

Aantal bezoekers winkelstraten nog ver onder pre-coronaniveau

Vooral de topstraten en grote stadscentra moeten het ontgelden.

Het aantal passanten in winkelgebieden is nog lang niet terug op het niveau van voor de coronacrisis. Dat blijkt uit metingen van Locatus.

Wie denkt dat de coronacrisis niet meer zo voelbaar is in de winkelstraten, nu de lockdownmaatregelen zijn versoepeld, heeft het mis.

Volgens Locatus is vanaf half april het aantal passanten redelijk aangetrokken. Op 23 mei lag het aantal bezoekers van winkelstraten weer op 56% van het niveau van voor de coronapandemie. Maar sindsdien lijkt de rek eruit en zijn de aantallen gestabiliseerd.

Afgelopen zaterdag (zaterdag 13 juni) signaleerde de expert in winkelvastgoed slechts de helft van het aantal passanten ten opzichte van dezelfde een jaar geleden (zaterdag 15 juni 2019). Dat lijkt opmerkelijk, aangezien de terrassen sinds 1 juni weer open zijn.

Twee metingen

Voor de meting heeft Locatus gebruik gemaakt van Wifi-sensoren in veertien steden in Nederland en België. In elke stad was één sensor geplaatst, zo schrijft Gertjan Slob, directeur Onderzoek bij Locatus in een blog op de website van de vastgoedexpert.

Om een completer beeld te krijgen hebben de onderzoekers daarnaast nog een uitgebreider onderzoek gedaan, waarbij op 264 plekken verdeeld over 17 steden in Nederland en België handmatig is geteld. Het beeld dat hieruit omdoemt is nóg somberder: het aantal passanten was nog iets lager dan de 50% die de Wifi-sensoren registreerden.

De belangrijkste verklaring voor dit verschil ligt volgens Locatus aan het moment van tellen. Bij de handmatige meting is uitsluitend op de drukste momenten van de dag geteld. Dat kan een vertekend beeld geven, omdat veel consumenten er nu voor kiezen om op rustige tijden te gaan shoppen (aan het begin van de ochtend of aan het eind van de middag), om drukte te mijden. Deze bezoekers zijn wel geregistreerd door de Wifi-sensoren, maar niet in de handmatige steekproef.

Grote steden doen het slechter dan kleine steden

Locatus signaleert enkele trends. De grootste afname van het aantal passanten is te zien in grote stadscentra, die sterk afhankelijk zijn van toeristen en het OV.

Zo liggen de bezoekersaantallen in Amsterdam, Utrecht en Brussel op circa een derde van het historische gemiddelde. In wat kleinere steden, zoals Gouda, Hilversum en Apeldoorn, is dat meer dan de helft.

... en topstraten blijven achter bij aanloopstraten

Een andere opmerkelijke bevinding is dat de topstraten van binnensteden het procentueel gezien slechter doen dan de aanloopstraten. De drukste straten (het zogeheten A1-segement) kampen met de sterkste terugloop van bezoekersaantallen.

Dit heeft volgens Locatus twee oorzaken. Ten eerste geldt zullen consumenten waarschijnlijk de grootste drukte willen mijden en daarom liever uitwijken naar wat rustiger delen van het centrum. Daarnaast zijn vooral in de drukke straten de meeste beperkende maatregelen genomen om de bezoekersaantallen beter te spreiden, zoals gedeeltelijke afsluitingen, ingesteld eenrichtingsverkeer of een aanpassing van de loopstromen.

Zeker is wel dat het voor winkelstraten nog lang niet business as usual is.

De redactie van IEXParticipaties bestaat uit verschillende journalisten. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

  1. Coronacrisis vooralsnog geen vat op woningmarkt
  2. Babyboomers bedreigen winkelstraten
  3. 'Vraag naar kantoorvastgoed zal juist toenemen'
  4. Beursgenoteerd versus niet-beursgenoteerd vastgoed
  5. CBRE: Kantorenmarkt nu weerbaarder dan tijdens kredietcrisis