Column
Beeld: © iStock
Private credit-ETF’s: is de belofte van extra rendement het risico waard?
De crux zit hem in de vraag: hoe verpak je illiquide bezittingen in een dagelijks verhandelbaar jasje?
Private credit dient zich aan als de nieuwste belofte op de beleggingsmarkt. Wat ooit het domein was van grote pensioenfondsen en private-equityreuzen, schuift langzaam richting de particuliere belegger door de komst van private credit-ETF’s. Wat zit er in zo’n mandje en is de belofte van extra rendement het risico waard?
Private credit klinkt chique, maar het principe is eenvoudig: het gaat om leningen die buiten de beurs om worden verstrekt aan vooral middelgrote, vaak niet-beursgenoteerde bedrijven. In een wereld waar banken na de financiële crisis strenger gereguleerd zijn en minder happig op risicovolle kredietverlening, is er ruimte ontstaan voor gespecialiseerde private creditfondsen. Die eisen doorgaans een hogere rente als compensatie voor het risico en de illiquiditeit. Met rentes tot wel rond de 10% klinkt dat voor obligatiebeleggers bijna als een droom.
Black box
Tot voor kort bleef deze markt grotendeels gesloten voor particuliere beleggers. De instapdrempel lag hoog en het geld zat vaak jarenlang vast. Toch heeft ook private credit zijn weg naar een breder publiek gevonden. In de VS zijn inmiddels de eerste ETF’s gelanceerd die een mix van publieke en private kredietbeleggingen bieden.
Fondsaanbieders werken samen met grote kredietpartijen die beloven om in tijden van uitstroom leningen terug te kopen, zodat de liquiditeit binnen de ETF gewaarborgd blijft. Dit moet ook de oplossing zijn voor de veel gestelde vraag: hoe verpak je illiquide bezittingen in een dagelijks verhandelbaar jasje?
Critici zeggen dat hier precies de crux zit. Private credit wordt soms een ‘black box’ genoemd: waarderingen zijn minder transparant, transacties schaars, en wat in rustige markten prima lijkt te werken, kan bij stress in de markt ineens toch een minder rooskleurige belegging te zijn. Pas op dat soort momenten moet blijken of de ETF liquide genoeg is voor beleggers om vrij in en uit te kunnen stappen.
Wachten op Europese ETF’s
In Europa is het nog even wachten op de eerste ETF’s. De private-creditmarkt groeit hier weliswaar hard en is niet langer een niche, maar een serieus onderdeel van menig professionele beleggingsportefeuille. Maar ETF-structuren die echt directe blootstelling geven aan private leningen, staan nog in de kinderschoenen. Er zijn juridische uitdagingen en ook toezichthouders weten nog niet wat te vinden van de trackers, terwijl de Europese markt vrij versnipperd is ten opzichte van de Amerikaanse.
Tegelijkertijd is de interesse groot: Europese assetmanagers zetten steeds vaker fondsen op die vooruitlopen op een toekomst waarin private assets een vast onderdeel van portefeuilles vormen. Grote spelers spreken al openlijk over een asset-mix waarin private markten structureel zo’n 20% van het belegbaar vermogen uitmaken.
Voor particuliere beleggers betekent dit dat private credit-ETF’s mogelijk binnen afzienbare tijd ook hier beschikbaar worden. De aantrekkingskracht is duidelijk: stabiele cashflows, hogere rente dan op staats- of bedrijfsobligaties, en minder afhankelijkheid van schommelingen op de beurs. Maar wie instapt, moet er rekening mee houden dat private credit kredietrisico en illiquiditeit kent. Rendementen zijn nooit zonder risico, en in stressperiodes blijkt pas hoe liquide de indextrackers daadwerkelijk zijn.
Justin Doornekamp is freelance-redacteur bij Participaties.nl. Justin Doornekamp kan posities innemen op de financile markten. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie aan de auteur is welkom.