Column

Een private equity-fonds selecteren

Hoe kiest u een goed private equity-fonds. Kijk bijvoorbeeld naar trackrecord en J-curve.

Een private equity-fonds uitzoeken om in te investeren kan nog best lastig zijn. U heeft wellicht bepaalde voorkeuren en eisen waaraan een fonds moet voldoen en u moet ook groeipotentieel zien in de bedrijven waarin het fonds investeert. Vooral op basis van dit laatste zal het succes van het fonds afhangen.

Maar hoe weet u of een fonds uiteindelijk succesvol zal zijn? In een vroeg stadium zijn er al enkele signalen die erop duiden welke kant het opgaat met een fonds. De investeringsstrategie moet helder zijn en aansluiten op de algemene economische situatie, ieder lid van het investeringsteam moet gedegen ervaring hebben als private equity-manager en een trackrecord is toch ook wel fijn.

Trackrecord indicatie succes

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het trackrecord een indicatie van toekomstig succes kan zijn, daar er een verband bestaat tussen de rendementen die managers behalen in opeenvolgende perioden. “Statistieken zijn meer en meer betrouwbaar geworden als het gaat om de behaalde resultaten van fondsen per sector en per aanvangsjaar,” aldus de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen.

“Toekomstige beleggers moeten zowel de IRR (Internal Rate of Return) op investeringen analyseren alsook het aantal malen dat een investering wordt terugverdiend. Een consistente performance in het hoogste kwartiel (de best presterende fondsen – red.) en een flink aantal succesvol afgeronde investeringen verdienen de voorkeur.”

Ook deze aspecten over de inhoud van een private equity-portfolio kunnen het succes op uw investering vergroten.

Toch blijft het, zeker in de eerste jaren, moeilijk te beoordelen hoe een private equity-fonds zich zal ontwikkelen. Private equity kent een lange aanloop. Fondsmanagers zijn in de beginjaren druk met de werving en selectie van bedrijven en er is tijd nodig om waarde te creëren, waardoor de kasstromen pas na jaren positief worden.

Uitkeringen

Volgens een nieuwe studie onder driehonderd Amerikaanse buyout-fondsen, zijn er wel twee indicatoren die in het beginstadium er al op kunnen duiden of de performance van een fonds naar boven of naar beneden schiet. Te weten: vroege uitkeringen en een niet zo’n diepe J-curve.

Private equity-fondsen die in de eerste paar jaar grotere cumulatieve uitkeringen doen, zullen eerder beter presteren. Hoge uitkeringen duiden erop dat er een 40% betere kans bestaat dat een performance in het hoogste kwartiel terechtkomt als het fonds sluit.

Dat klinkt enigszins logisch, maar eigenlijk is dat niet vanzelfsprekend. Private equity is een illiquide beleggingsklasse en genereert doorgaans geen hoge rendementen voordat een gekochte onderneming weer van hand wordt gedaan of een beursgang maakt.


Private equity-fondsen die  cumulatieve uitkeringen doen, zullen eerder beter presteren

De J-curve

Wanneer een participatiemaatschappij aandeelhouders verzoekt voor verdere financiering, kan dat een teken zijn dat het investeringsteam goed bezig is met het vinden van kansen in de markt. Volgens het onderzoek van Pantheon is de relatie tussen de snelheid waarmee de zogenoemde capital calls komen en tussen de uiteindelijke resultaten van een fonds niet zo belangrijk.

Wat wel van belang is: de J-curve. Deze ontstaat als de investeringen en opbrengsten gecombineerd worden tot netto kasstromen. De Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen legt het als volgt uit:

“Gewoonlijk hoeft een belegger bij het begin maar een klein percentage van het door hem toegezegde kapitaal ter beschikking te stellen. De eerste storting wordt gewoonlijk gevolgd door verdere stortingen. […] In de beginjaren kunnen beleggers een laag of negatief resultaat verwachten, met name veroorzaakt door het aanvankelijk gering geïnvesteerde bedrag ten opzichte van de gebruikelijke oprichtingskosten, managementvergoedingen en operationele kosten. Naarmate de bedrijven in portefeuille groeien en er bedrijven uit de portefeuille verkocht worden, worden opbrengsten uitgekeerd.”

Zo’n grafiek ziet er dan zo uit:

Kasstromen in een private equity-fonds

Diepe holen

Hierboven bereiken de netto belegde middelen hun hoogste punt op 80% van het commitment, dus van het hoeveelheid kapitaal dat door de belegger ter beschikking is gesteld voor het fonds. De beste investeringen genereren de hoogste rendementen in de kortste tijd, wat een steile curve veroorzaakt.

Volgens het onderzoek van Pantheon hebben de private equity-partijen die het diepste hol graven, de grootste uitdaging om er weer uit te komen. Na vijf jaar hadden de fondsen die een diepe J-curve hadden (dus die de meest negatieve netto kasstromen hadden) een 40% kans dat ze tot de slechts presterende fondsen behoorden.

J-curve private equity

De twee genoemde factoren kunnen volgens onderzoek dus een indicatie zijn welke kant het met een private equity-fonds opgaat. Uiteindelijk blijft investeren in een dergelijk fonds echter risicovol, omdat er weinig tot geen publieke informatie over uw belegging beschikbaar is. Houd daar dus rekening mee.

Justin Doornekamp is freelance-redacteur bij Participaties.nl. Justin Doornekamp kan posities innemen op de financile markten. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie aan de auteur is welkom.

Lees meer

  1. Investeerders: pas op voor SPAC's
  2. Dit zijn de grootste uitdagingen voor durfinvesteerders
  3. In deze 4 sectoren slaan durfinvesteerders hun slag
  4. Deze nieuwe financieringsvorm is aan een opmars bezig
  5. Dit moet u weten over steward ownership