Column

Als private equity voor de beurs kiest

Private equity wil minder afhankelijk worden van investeerders. Hét tovermiddel: ‘permanent capital’-vehikels (pcv’s).

Private equity wil minder afhankelijk worden van investeerders. Het ene moment zitten firma’s op een zak geld, het andere moment stappen investeerders uit. Er wordt steeds vaker uitgeweken naar de beurs.  

Het mag duidelijk zijn dat de crisis ook private equity heeft geraakt. Vele investeerders trokken eerder geïnvesteerd geld uit fondsen en firma’s bleven met lege handen over. En wat doe je dan als er ineens een interessante deal voor je neus verschijnt?

En hoewel er nu bij veel private equity-bedrijven miljarden euro’s klaar liggen voor bedrijven (het dry powder-fenomeen), is er toch behoefte om kapitaal op een meer permanente basis in bezit te houden. Vooral in de Verenigde Staten. Dit klinkt in de eerste instantie niet logisch. Waarom nu? Private equity zit immers al een tijdje op een grote zak geld.

Voordat we daar antwoord op zoeken, eerst maar eens kijken wat firma’s in gedachte hebben om kapitaal voor langere tijd vast te zetten. Het tovermiddel: ‘permanent capital’-vehikels (pcv’s), gericht op het beheren van vermogen voor onbepaalde tijd. Hiervoor wijkt private equity uit naar de beurs.

Pershing Square

Het bekendste en meest recente voorbeeld is de beursgang van Pershing Square in Amsterdam van Bill Ackman. Het gaat hier weliswaar om een hedgefondsmagnaat, maar de gedachte erachter is hetzelfde: Er is een behoefte aan een permanente pool van kapitaal en er wordt gekozen voor een beursgang. Investeerders kunnen enkel van hun aandeel Pershing Square af door ze via Euronext weer door te verkopen aan andere investeerders.

Het kapitaal blijft dus permanent in handen van de onderneming. Een beursfonds hoeft zich minder zorgen te maken om de performance op korte termijn en dat creëert automatisch een langere beleggingshorizon. Zelfs enkele vastgoedbedrijven zien al mogelijkheden in permanent kapitaal.

Waarom kiest private equity juist nu voor pcv’s? Eigenlijk niet omdat investeerders daarom vragen. De keuze voor permanent kapitaal komt vooral voort uit participatiemaatschappijen zelf. Firma’s worden groter, onderscheiden zich meer en gedragen zich vaker als een institutionele belegger.

Private equity wordt vaker een traditionele fondsbeheerder, waarbij het verdienmodel van managers sterk afhankelijk is van deals. En nu komt het dry powder-probleem om de hoek kijken. Private equity-huizen klagen al lange tijd over een tekort aan goedkope ondernemingen om te kopen, hetgeen direct in verhouding staat tot jarenlange lage opbrengsten.

Betere relatie met ondernemingen

Permanent kapitaal moet private equity minder afhankelijk maken van gemaakte deals. Waar private equity geneigd is om snel een onderneming te verkopen wanneer deze een goed rendement laat zien, is er nu meer rust. Meer ruimte voor waardecreatie op de lange termijn, minder zorgen over exits of deadlines. Bij de afwikkeling van een fonds hoeven plaatsingshuizen zich niet meer af te vragen of investeerders wel of niet herinvesteren in nieuwe fondsen.

Er blijft permanent kapitaal beschikbaar. “Ik kan me voorstellen dat je als participatiemaatschappij soms tegen de spelregels van je eigen fonds aanloopt,” zegt Ewout Wegman van participatiemaatschappij 5square. “Een beursgang kan bepaalde restricties mogelijk wegnemen.”

Een beursgang maakt private equity-firma’s tegelijk flexibeler om kapitaal ook weer terug te geven aan investeerders. Zoals gezegd zitten firma’s nu op een grote zak geld en is er minder kapitaal nodig. In deze situatie kan het fijn zijn om geld terug te geven aan investeerders. Private equity kan gerichter inspelen op economische ontwikkelingen.

Concurrentiepositie in gedrang

Maar er zijn nog genoeg obstakels. Een beursgang betekent ook dat een participatiemaatschappij meer moet rapporteren. Gevoelige informatie over ondernemingen in de portfolio wordt openbaar, hetgeen de concurrentiepositie van die onderneming in het gedrang kan brengen. Daarnaast is het lastig om dagelijks te bepalen wat de exacte waarde van de onderliggende asset is. “Het is op kwartaalbasis al moeilijk om een onderneming te waarderen,” aldus Wegman.

Permanent kapitaal blijkt vooral in de Verenigde Staten een populair begrip te worden. In Nederland speelt de behoefte om een beursgang te maken veel minder. Dat komt ook omdat de omvang van private equity in Europa kleiner is dan in de Verenigde Staten. “Een beursgang lijkt vooral interessant voor firma's met een fondsvermogen van meer dan 500 miljoen euro,” denkt Wegman.

“Zij kunnen zich vrijer bewegen.” Wegman vindt dat een lange termijn beleggingshorizon ook moet matchen met een lange termijn commitment van de investeerder. Pcv’s zullen automatisch een andere doelgroep aantrekken. Investeerders die behoefte hebben aan liquiditeit, sneller geld willen verdienen. Niet de informal investors die nu in veel private equity-fondsen zitten. “Ik weet niet of deze nieuwe combinatie wel zo’n goede is,” aldus Wegman.

Justin Doornekamp is freelance-redacteur bij Participaties.nl. Justin Doornekamp kan posities innemen op de financile markten. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie aan de auteur is welkom.

Lees meer

  1. Nederlandse durfkapitalisten lopen niet warm voor start-ups uit eigen land
  2. Business angels kunnen meer investeren in start-ups, maar hóe?
  3. Biedt private equity kansen voor particuliere beleggers?
  4. Techbedrijven zijn populair, maar niet op de beurs
  5. ‘Alle seinen op groen in MKB-overnamemarkt’